Instructie Sturen 3

De opleiding voor Sturen 3 bestaat uit drie fases, zie de stuurkaart. Hieronder wordt per fase beschreven welk deel van de instructie daarin wordt behandeld.

Fase 1

Voor wie: een lid dat nog nooit in een acht gestuurd heeft en voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • In bezit van roeiproef Sturen 2;
  • Heeft minimaal een seizoen frequent gestuurd in een gladde vier;
  • Beheerst de Vada-commando’s vloeiend (conform Vadamecum);
  • Heeft ervaring met sturen op stromend water.

Hoe: instructeur op slag (in een boord-acht op 7 of 8), roeier op boeg is in bezit van Sturen 3 (in een boord-acht op 1 of 2) en ervaren ploeg (75% van alle roeiers heeft scullen 2, of alle roeiers boord 1 in boord-acht).
Wanneer naar fase 2: als de onderdelen van fase 1 goed worden beheerst (zie de stuurkaart).

Fase 2

Voor wie: een lid dat elders ervaring heeft opgedaan in het sturen van een acht en al ruime ervaring heeft met het sturen van een gladde vier op de Rijn, en degenen in opleiding die doorstromen vanuit fase 1.
Hoe: instructeur op slag (in een boord-acht op 7 of 8), roeier op boeg is in bezit van Sturen 3 (in een boord-acht op 1 of 2), geen vereisten aan de ploeg.
Wanneer naar fase 3: als de onderdelen van fase 2 goed worden beheerst (zie de stuurkaart).

Fase 3

Voor wie: een lid in opleiding voor Sturen 3 dat doorstroomt uit fase 2.
Hoe: instructeur op slag (in een boord-acht op 7 of 8), geen vereisten aan ploeg of boeg.

Afronding

Je krijgt de proef voor Sturen 3 toegekend als je alle onderdelen van fase 3 beheerst (zie de stuurkaart).

Houdbaarheidsperiode Sturen 3

Om de kwaliteit van Sturen 3 op niveau te houden dienen stuurlieden minimaal twee keer per jaar een acht te sturen, anders vervalt de proef (vergelijkbaar met Skiffen 3). Als er langer dan één jaar niet is gestuurd, dan zal een instructeur meeroeien op slag om opnieuw te beoordelen of Sturen 3 weer toegekend kan worden.